Na het succesvol afronden van de online cursus en enkele trainingen te hebben gevolgd, namen afgelopen week de eerste kerndierenartsen de echo sonde in eigen handen om deel te nemen aan het eerste praktisch examen snelscan longecho. (natuurlijk vond deze plaats onder coronaproof omstandigheden)

 

 

Verschillende onderzoeksgroepen van onze Faculteit Diergeneeskunde en spin-off PathoSense sloegen de handen in elkaar om op zoek te gaan naar een methode om op een snelle manier de antibioticum gevoeligheid van Mycoplasma bovis te bepalen. Het genezen van dieren getroffen door M. bovis is echter een grote uitdaging, aangezien deze bacterie resistent kan zijn aan verschillende antibiotica. Daarnaast kan deze slimme bacterie zich verstoppen voor het afweersysteem van het dier en zo chronische infecties veroorzaken. Het is dus cruciaal om snel te weten voor welke antibiotica M. bovis gevoelig is, zodat een gerichte therapie ingezet kan worden.
In dit onderzoek werd een nieuwe diagnostiek op basis van nanopore sequencing gebruikt. Hierdoor kon het volledige genoom van M. bovis in kaart gebracht worden en de genetische basis van resistentie geverifieerd worden ten opzicht van de tijdrovende huidige testen. In de nabije toekomst zal deze test dan ook binnen enkele dagen tot een antibiogram kunnen leiden en bijgevolg kan er een antibioticumkeuze gemaakt worden die optimaal is voor de dieren, hun eigenaar en de volksgezondheid. Ook kan dit onderzoek een belangrijke bijdrage betekenen voor de humane geneeskunde, waar Mycoplasma infecties ook regelmatig voorkomen en antibioticumresistentie mogelijk ook een probleem is.
Het onderzoek werd gefinancierd door FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. De resultaten werden gepubliceerd in een peer-reviewed tijdschrift: Bokma J., Vereecke N., Nauwynck H., Haesebrouck F., Theuns S., Pardon B., Boyen F. 2021. Genome-wide association study reveals genetic markers for antimicrobial resistance in Mycoplasma bovis. Microbiology Spectrum, e00262-21.

Met de winter in aantocht en de daartoe behorende respiratoire uitbraken, is snelle detectie en correct handelen van enorm belang. Snelle beschikbaarheid van de diagnostische testresultaten tijdens zo’n uitbraak zijn cruciaal om de juiste volgende stappen te ondernemen. Tot deze stappen kunnen zowel een therapeutische behandeling, maar ook specifieke bioveiligheidsmaatregelen of vaccinatie behoren. Ondanks recent ontwikkelde snelle diagnostische testen, blijft er nog steeds een belangrijke tijdsverlies tussen staalname en testresultaat. Bovendien gaan deze testen gepaard met een financiële kost.
Om al deze redenen heeft Thomas Lowie (Inwendige Ziekten Grote Huisdieren, PneumoNEE) geprobeerd een niet-invasieve tool te ontwikkelen dat de dierenarts kan helpen om tijdens eerste confrontatie met een uitbraak van respiratoire aandoeningen een inschatting te maken van de meest waarschijnlijke ziekteverwekker, zonder dat er dieren bemonsterd moeten worden. Verschillende beslissingsbomen voor zowel individuele pathogenen als pathogeen groepen (Mycoplasma bovis, Virussen, Pasteurellaceae) zijn ontwikkeld. Huidige beslissingsbomen kunnen een hulpmiddel zijn maar vervangen huidige diagnostiek niet. De kerndierenartsen gaan er alvast deze winter mee aan de slag.
Bron: Het onderzoek werd gepubliceerd in het Preventive veterinary medicine (2021, 11, 105469) en gefinancierd door het VLAIO LA PneumoNee project.

 

BRSV (bovien respiratoir syncytieel virus) is één van de meest gevreesde luchtwegvirussen, omdat het op zich dodelijk kan zijn, zeker bij Belgisch witblauw runderen. De griepbarometer (DGZ/ Inwendige Ziekten UGent) toont dat de epidemie elk jaar terugkeert en vanaf november aanzwengelt om te pieken in december of januari. Waar het virus in de zomermaanden overleeft is niet goed gekend. Feit is dat er elk jaar wel uitbraken zijn.
Zo werd het PneumoNEE team eind augustus ook geconfronteerd met een uitbraak van RSV, met sterfgevallen. In het najaar en de winterperiode werd er op dit bedrijf consequent gevaccineerd, maar in de zomerperiode werd er dan weer niet gevaccineerd. Hoewel uitbraken zeldzaam zijn in de zomer, heeft het niet vaccineren op dit bedrijf grote gevolgen gehad. Vaccineren op leeftijd, het hele jaar rond blijft de meest veilige optie.

 

Pneumonie op jonge leeftijd bij melkvee kalveren heeft vele economische gevolgen op korte en lange termijn. Het is tot op de dag van vandaag nog steeds één van de belangrijkste economische problemen in de rundvee industrie.
Een recente studie analyseerde alle eerder gepubliceerde resultaten in verband met economische verliezen ten gevolge van pneumonie op jonge leeftijd bij melkvee kalveren. Er werd vastgesteld dat bij vaarzen waar er pneumonie op jonge leeftijd werd gediagnosticeerd, deze 2,85 keer meer kans hebben om te sterven en 2,3 keer meer kans hebben om vroegtijdig opgeruimd te worden (voor de eerste kalving) in vergelijking met vaarzen waarbij geen pneumonie werd vastgesteld op jonge leeftijd. Ook een verminderde gewichtstoename tot 0,067 kg/dag en een gedaalde melkproductie tot 121,1kg melk tijdens de eerste lactatie werd vastgesteld bij vaarzen die een episode van pneumonie hebben doorgaan. Verder kan pneumonie ook leiden tot een verlate afkalfleeftijd (8 dagen tot 2 weken). Deze studie toont duidelijk aan dat er grote economische gevolgen zijn gekoppeld aan pneumonie op jonge leeftijd bij melkvee kalveren en dat preventie, vroege detectie en correcte behandeling van groot belang zijn.
Bron: Effects of calfhood respiratory disease on health and performance of dairy cattle: A systematic review and meta-analysis, Journal of Dairy Science, 2021

28/05/2021

Fijn stof gehaltes in kalverstallen zijn lager dan bij varkens en pluimvee, maar wel gelinkt aan pneumonie!
Een recente studie van de UGent (Inwendige Ziekten Grote Huisdieren) bepaalde de fijnstof concentratie in kalverstallen op 24 melkvee- en 23 vleesveebedrijven. Zowel de grotere fractie (PM10) als de kleinere (PM2.5) en ultrakleine fractie (PM 1.0) werden gemeten. De gemiddelde concentratie van PM10, gemeten over 24 uur, was 70.3 µg/m3 wat veel lager is dan de 100 tot 500 keer hogere waarden die bij varkens en pluimvee gemeten worden. Wel konden Katharina van Leenen en Bart Pardon aantonen dat kalveren die blootgesteld waren aan concentraties van de zeer fijne stoffractie (PM1.0) groter dan 49.1 µg/m3 13 keer meer kans hadden op pneumonie (longontsteking), zoals vastgesteld via longecho. Ook bleek het stof hoge gehaltes aan endotoxinen (de wanden van gram negatieve bacteriën) te bevatten, die ook gelinkt waren met pneumonie bij waarden groter dan 8.5 EU/kg. Fijn stof remt het trilhaar-slijmsysteem van de luchtwegen en remt de werking van witte bloedcellen, waardoor dieren gemakkelijker longontsteking zouden ontwikkelen veroorzaakt door een nieuwe infectie of de eigen reeds aanwezige bacteriën (bv. Pasteurellas). Dit is de eerste studie naar het verband tussen fijn stof in kalverstallen en longontsteking, en toont duidelijk aan dat er dringend nood is aan vervolgonderzoek om een gezond stalklimaat te kunnen garanderen.
Dit onderzoek werd gepubliceerd in het vaktijdschrift Journal of Dairy Science (van Leenen et al., 2021) en gefinancierd door het bijzonder onderzoeksfonds van Universiteit Gent.

 

16/04/2021

Boerderij publiceerde afgelopen week een artikel over het Pneumonee project, waarin men er in slaagde ons concept heel duidelijk in beeld te brengen en meteen ook de praktische kant van het verhaal te benaderen. Er werd ook een reactie gevraagd van dierenartsen werkzaam bij KNMVD, GD en de farmacie. Longecho wordt er veelbelovend genoemd en ‘een nuttige aanvulling op de bestaande diagnostiek‘. Wel stelt men zich de vraag of het allemaal praktisch haalbaar kan zijn op bedrijven met 100-den dieren.
Daarop zoeken we in pneumoNEE samen met onze kerndierenartsen en -veehouders een antwoord!
Algemeen ontvangt het project positieve commentaren en kijken onze Noorderburen vol interesse uit naar de komende evoluties.
Wil je het artikel zelf eens lezen, dit kan op boerderij.nl
Via deze link kom je uit op artikel: https://www.boerderij.nl/luchtwegproblemen-gerichter-behandelen
(Maak hier een gratis account aan: https://www.boerderij.nl/Registratie/?returnurl=%2f)
Of wil je beelden zien van hoe wij te werk gaan, kan dit op volgende link: https://www.boerderij.nl/longechografie-bij-kalf-kan-gamechanger-zijn

18/03/2021

Kalveren beschermen tegen koude: hoe doe je dat?
Tip 3: warmteverlies beperken
Kalveren, en in het bijzonder melkveekalveren, hebben een groot lichaamsoppervlak t.o.v. hun gewicht én weinig lichaamsvet. Lichaamsvet is niet enkel een goede energiebron om op te warmen maar zorgt ook voor isolatie. Magere kalveren verliezen dus meer lichaamswarmte en zijn dus gevoeliger aan koudestress, waaronder tocht. In studies ziet men dan ook systematisch dat magere kalveren een verhoogde kans op longontsteking hebben. Bij paarden is het opleggen van een deken al lang ingeburgerd, ook omdat deze diersoort in tegenstelling tot runderen sterk kan zweten. De laatste jaren worden ook meer en meer ‘kalfvestjes’ gebruikt om de dieren te beschermen. Onderzoek toonde ook aan dat een goede ‘nesting score’ belangrijk is. Deze verkrijg je door steeds een hoeveelheid stro te voorzien, voldoende voor het kalf om zijn poten volledig in weg te stoppen. Verder kunnen warmteverliezen beperkt worden door te zorgen dat de kalveren droog zijn. Regeninval vermijden en zorgen voor een droge bedding door goede drainage is cruciaal. Kalveren kunnen ook door het liggen tegen een koude, betonnen muur veel warmte verliezen en koudestress ervaren. Het gebruik van beter isolerend materiaal (plastic, hout,…) als wand kan dit beperken.

14/02/2021