De afgelopen dagen heeft de winter zich duidelijk laten voelen en zien. Met nachten ver onder het vriespunt, vraagt het jongvee wat extra aandacht. Om de kalfjes door deze koude dagen te helpen, worden er deze week enkele tips gepost om de kalveren te beschermen tegen de kou!
Alvast onze eerste tip.
Tip 1: voeding aanpassen
Bij temperaturen lager dan 10°C (onderste grens van de comfortzone bij het kalf), heeft een kalf meer energie nodig om de lichaamstemperatuur op peil te houden. Deze energie is dan niet beschikbaar voor groei. Bij een kalf jonger dan 3 weken is dat zelfs 15 °C.
Om de groei te vrijwaren en te verzekeren dat de dieren genoeg energie hebben voor het immuunsysteem kunnen we ofwel de hoeveelheid melk per dag verhogen, de melk indikken (melkpoeder), melkpoeder met een hoger vetgehalte voeren of bij reeds herkauwende kalveren het ruwvoergehalte verhogen.
Voor elke 5°C lager dan 15°C (of 10°C als ouder dan 3 weken) is er 50 gram extra melkpoeder per dag nodig. Dit komt neer op het voeren van 6 liter melk met 150 g poeder/L i.p.v. de standaard 125 g. Zorg steeds dat er vers water ter beschikking is (ook al is dat niet evident bij vriesweer) om zoutintoxicatie te voorkomen. Voor koemelk komt dit neer op 0,33 liter extra melk per dag.
Verder kan er ook overgeschakeld worden naar een melkpoeder met een hoger vetpercentage (meer energie), bv. van 15% naar 20% vet. Voor oudere kalveren die al herkauwen kan door het verhogen van het gehalte ruwvoeder (bv. fijngehakseld koolzaadstro vermengd in krachtvoeder) de warmteproductie door de pens verhoogd worden.
Bron: Drackley, Veterinary Clinics Food Animal Practice 2008

10/02/2021

Veehouders beseffen heel goed dat de stal, of beter gezegd het stalklimaat, een grote invloed heeft op het voorkomen van pneumonie (longontsteking). Er zijn normen voor een goed stalklimaat beschikbaar, maar de wetenschappelijke onderbouwing van deze waarden naar het risico op longontsteking ontbreekt in grote mate. In haar doctoraatsonderzoek bestudeerde Dr. Katharina van Leenen (UGent) de link tussen stalklimaat en pneumonie op 60 Vlaamse melk- en vleesveebedrijven in de periode januari tot april. Ze stelde m.b.v. longechografie vast dat 41% van de kalveren longontsteking had. De meeste (92%) van de stallen waren natuurlijk geventileerd en 25% was volledig gesloten. Het stalklimaat was zeer variabel met gemiddelde 24 uurs temperaturen tussen 5.5 en 23.9°C, een relatieve vochtigheid van 52.2 tot 91.6% en ammoniakgehaltes van gemiddeld 1.7 ppm tot maximaal 10 ppm. Voor ammoniak bleken 24 uurs metingen het meest informatief: hoe meer uren het ammoniak gehalte hoger was dan 4 ppm, hoe groter het voorkomen van pneumonie. Verrassend kon ook een éénmalige meting van de luchtsnelheid al gelinkt worden aan de kans op pneumonie met als afkapwaarde >0.8 m/sec. Tot slot was het niet in de stallen met een lagere temperatuur, maar juist in deze met een hogere temperatuur dat er een verhoogde kans op pneumonie was. Deze studie maakt de invloed van stalklimaat op kalverpneumonie meer concreet, maar maakt het daarnaast ook duidelijk dat er meer kennis nodig is om aangepaste normen voor een gezond stalklimaat voor kalveren op te kunnen stellen.
Bron. Dit onderzoek werd gepubliceerd in het veterinaire vaktijdschrift Preventive Veterinary Medicine (181, 2020), gefinancierd door het Bijzonder Onderzoeksfonds van Universiteit Gent en uitgevoerd aan de Vakgroep Inwendige Ziekten van de Grote Huisdieren (Prof. Pardon).

 

05/02/2021

Mycoplasma bovis is een gevreesde oorzaak van pneumonie omdat deze bacterie zeer besmettelijk is, gemakkelijk chronische infecties veroorzaakt en van nature uit ongevoelig is aan enkele veelgebruikte antibiotica. Vanuit het buitenland (Frankrijk en Nederland) kwamen er de laatste jaren verontrustende berichten van Mycoplasma stammen die resistent waren aan zowat alle eerste en tweede keuze antibiotica. Jade Bokma (Inwendige Ziekten Grote Huisdieren, Universiteit Gent) bepaalde antibioticumresistentie bij 100 Vlaamse Mycoplasma bovis isolaten. Ze stelde vast dat de Vlaamse stammen véél minder resistent zijn en de eerste keuze producten zoals florfenicol, althans onder labo-omstandigheden, nog werkzaam zijn. Enige ongerustheid over de klasse van de macroliden is wel op z’n plaats.
Daarnaast kon ze nagenoeg geen betekenisvolle verschillen in resistentie aantonen tussen de melkvee, vleesvee en vleeskalversector. Deze resultaten zijn op zich goed nieuws voor de sector, en bevestigen het AMCRA-formularium. Vooral bij het gebruik van macroliden kan het interessant zijn om toch te testen voor resistentie. In haar doctoraatsonderzoek zoekt dierenarts Bokma verder naar een genetische methode die toelaat om sneller resistentie bij Mycoplasma aan te tonen, zodat de dierenarts reeds bij het begin van een uitbraak de therapie kan richten.
Bron: Het onderzoek werd gepubliceerd in het vaktijdschrift Antibiotics (2020, 9, 882) en gefinancierd door het FOD volksgezondheid (MALDIRESPMA, toegekend aan prof. B. Pardon (Inwendige Ziekten Grote Huisdieren, Universiteit Gent) en dr. F. Boyen (Bacteriologie, Universiteit Gent) en Veepeiler rund (DGZ-Vlaanderen).

 

Pneumonie op jonge leeftijd bij melkvee kalveren heeft vele economische gevolgen op korte en lange termijn. Het is tot op de dag van vandaag nog steeds één van de belangrijkste economische problemen in de rundvee industrie.
Een recente studie analyseerde alle eerder gepubliceerde resultaten in verband met economische verliezen ten gevolge van pneumonie op jonge leeftijd bij melkvee kalveren. Er werd vastgesteld dat bij vaarzen waar er pneumonie op jonge leeftijd werd gediagnosticeerd, deze 2,85 keer meer kans hebben om te sterven en 2,3 keer meer kans hebben om vroegtijdig opgeruimd te worden (voor de eerste kalving) in vergelijking met vaarzen waarbij geen pneumonie werd vastgesteld op jonge leeftijd. Ook een verminderde gewichtstoename tot 0,067 kg/dag en een gedaalde melkproductie tot 121,1kg melk tijdens de eerste lactatie werd vastgesteld bij vaarzen die een episode van pneumonie hebben doorgaan. Verder kan pneumonie ook leiden tot een verlate afkalfleeftijd (8 dagen tot 2 weken). Deze studie toont duidelijk aan dat er grote economische gevolgen zijn gekoppeld aan pneumonie op jonge leeftijd bij melkvee kalveren en dat preventie, vroege detectie en correcte behandeling van groot belang zijn.
Bron: Effects of calfhood respiratory disease on health and performance of dairy cattle: A systematic review and meta-analysis, Journal of Dairy Science, 2021

Nu de lente in het land is en de coronagoden ons gunstig gezind zijn, kunnen ook de PneumoNEE trainingssessies voor onze kerndierenartsen volop van start gaan!

Hieronder alvast enkele sfeer- en echobeelden:

Verschillende rundveebedrijven werden ook de voorbije winter met kalvergriep geconfronteerd. Heel wat van hen brachten monsters binnen voor onderzoek door de Griepbarometer. Uit die resultaten krijgt de Vlaamse rundveesector goed zicht op welke ziekteverwekkers veel gedetecteerd werden en wanneer. Luchtwegaandoeningen bij kalveren blijft een belangrijk aandachtspunt op het rundveebedrijf.  Ook het door VLAIO ondersteunde PneumoNEE project van de vakgroep inwendige ziekten van de faculteit diergeneeskunde (UGent) en DGZ had onlangs aandacht voor deze ziekte in een aantal webinars. Wat zijn de details van het Griepbarometer onderzoek en hoe breng je de problematiek van luchtwegaandoeningen op je bedrijf in beeld?

Resultaten onderzoek Griepbarometer seizoen 2020 – 2021

Afgelopen winter (1 december 2020 t.e.m. 28 februari 2021) stuurden 164 bedrijven monsters (neusswabs of longspoelsels) binnen voor het onderzoekspakket van Griepbarometer. Dit pakket omvat een PCR-onderzoek naar de 7 meest voorkomende oorzaken van kalvergriep, aangevuld met bacteriologisch onderzoek.

Onderstaande tabel vergelijkt het percentage monsters waarin de ziektekiem afgelopen winter gedetecteerd werd ten opzichte van de gemiddelde resultaten van de Griepbarometer van de afgelopen 5 jaar.

Ziektekiem
Winter 2020-2021
Gemiddelde
Evolutie
Virussen
Coronavirus 18,5 22,0 subtiele afname over de jaren
PI3-virus 7,9 5,8 subtiele toename
RSV 46,5 23,8 duidelijke winterpiek
bacteriën
Histophilus somnus 23,8 28,0 subtiele afname
Mannheimia haemolytica 38,6 38,1 stabiel
Mycoplasma bovis 22,8 30,5 stabiel
Pasteurella multocida 85,1 77,0 stabiel

Vooral virale infecties zoals RSV (Respiratoir Syncytieel Virus) zijn seizoensgebonden. Zoals elk jaar was er ook deze winter een piek op te merken in RSV-uitbraken (zie figuur hieronder). En net als in 2020 piekte de RSV epidemie dit jaar in januari, maar was ze iets groter. In februari zwakte de epidemie sterk af en de prognose is dat ze eind maart zo goed als verdwenen zal zijn.

Figuur: Evolutie van het aantal positieve uitbraken BRSV (Bovien Respiratoir Syncytieel Virus) sinds 2018 tot nu.

Pneumonie in beeld

Pneumonie of longontsteking is lang niet altijd zichtbaar. We spreken in zo’n geval van subklinische pneumonie. De longen van het kalf zijn dan aangetast maar het dier vertoont geen of weinig ziektetekens. Daarnaast zijn er echter ook kalveren die wel hoesten maar waarbij de longen niet zijn aangetast. In het eerste geval is behandeling nodig, in het tweede niet. Meer weten? PneumoNEE organiseerde een webinar waarin meer uitleg gegeven wordt over subklinische pneumonie en hoe je die in beeld kan brengen.

Je kunt deze herbekijken via deze link: Webinar 1: Subklinische pneumonie – PneumoNEE.

Ziekte die veroorzaakt wordt door pneumonie beïnvloedt groei, welzijn, productie en vruchtbaarheid van de dieren op korte en lange termijn. Economisch gezien maakt dit pneumonie één van de belangrijkste ziekten op het rundveebedrijf. Naast de gekende directe economische gevolgen is er ook een verborgen financieel verlies aan deze ziekte gekoppeld. Ook op dit onderwerp werd dieper ingegaan tijdens een webinar georganiseerd door PneumoNEE.

Je kunt deze herbekijken via de link: Webinar 2: Economische gevolgen luchtweginfecties bij kalveren – PneumoNEE.

Hoe kalvergriep aanpakken?

Bij de aanpak van kalvergriep ligt de focus op preventie. Dit betekent enerzijds de infectiedruk in de stal verlagen en anderzijds de weerstand van de dieren verhogen zodat ze minder vatbaar zijn voor de ziekte. Bescherm de kalveren optimaal door ze zo veel mogelijk afweerstoffen uit de biest te laten opnemen. Voorzie een correct rantsoen, een aangepast vaccinatiebeleid en optimaliseer het klimaat en de huisvesting in de stal. Jouw bedrijfsdierenarts kan je hierbij helpen. De belangrijkste boodschap uit beide PneumoNEE webinars is om ‘niet blind te blijven’ voor zowel het voorkomen van pneumonie als de economische gevolgen ervan.

Via een snelscan longecho kan jouw bedrijfssituatie bepaald worden, zowel bij een ziekte-uitbraak maar ook als er geen zichtbare problemen zijn. Als er zieke dieren aanwezig zijn of als er longontsteking wordt vastgesteld, is de volgende stap het nemen van luchtwegmonsters om de ziekteverwekker te vinden. Je kunt hiervoor een beroep doen op jouw bedrijfsdierenarts die indien nodig contact kan opnemen met de regiodierenartsen van DGZ en de dierenartsen van het PneumoNEE-project van de Universiteit Gent.

Webinars PneumoNEE gemist?

Ook afgelopen winter werden verschillende bedrijven met kalvergriep geconfronteerd. Dankzij de Griepbarometer heeft de Vlaamse rundveesector goed zicht op welke ziekteverwekkers veel gedetecteerd werden en wanneer. Kalvergriep kan veroorzaakt worden door verschillende virussen en bacteriën, maar de aanpak is afhankelijk van de ziektekiem. Door deze gerichte aanpak vermijden we onnodig of verkeerd antibioticagebruik en investeringen in de verkeerde zaken. De omschakeling van groepsbehandeling naar individuele behandeling op maat van de ziekteverwekker en het individuele dier is de belangrijkste doelstelling van het nieuwe VLAIO-project PneumoNEE. Vanuit dit project werden vorige week twee webinars gehouden om de verschillende soorten luchtweginfecties toe te lichten alsook de economische gevolgen van pneumonie of longontsteking.

Benieuwd welke trends afgelopen griepseizoen merkbaar waren? Heb je de webinars van PneumoNEE gemist of wil je ze herbeluisteren? Klik dan op onderstaande linken:

·      Webinar 1: Subklinische pneumonie

·      Webinar 2: Economische gevolgen luchtweginfecties bij  kalveren

Je kan het PneumoNEE-project ook volgen via de website PneumoNEE – Voor luchtweginfecties bij kalveren en via facebook.

Wie zijn wij?

PneumoNEE is een samenwerking tussen een jong dynamisch team van de Faculteit dierengeneeskunde en DGZ. Het PneumoNEE-team wordt gevormd door de recent afgestuurde dierenartsen Stan Jourquin, Thomas Lowie en Florian Debruyne onder begeleiding van professor Bart Pardon en doctoren Jade Bokma en Glenn Vansteenkiste. Verder kan er gerekend worden op de expertise van dierenartsen Koen de Bleecker, Jozefien Callens en Evelyne Van de Wouwer van DGZ.

 

PneumoNEE wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid en kan verder rekenen op de financiële steun van volgende sponsoren:

Spreker: Prof. Dr. Bart Pardon (UGent, Faculteit Diergeneeskunde)
Ontvangst en hosting: regiodierenartsen DGZ

Webinar sessie 1: subklinische pneumonie
Elk kalf in Vlaanderen zal gedurende zijn levensloop meerdere keren te maken krijgen met luchtwegproblemen. Infectie van de luchtwegen kan aanleiding geven tot een longontsteking of pneumonie, maar dat hoeft lang niet altijd het geval te zijn.
Daarnaast toont ook niet elk kalf even duidelijk wanneer hij een longontsteking heeft. In dit geval spreken we over subklinische pneumonie. In deze eerste webinar geraak je wegwijs in de verschillende soorten luchtweginfecties en leer je welke hulpmiddelen je nu en in de toekomst kunnen helpen om zieke kalveren te detecteren.

 

 

Om de webinar te volgen, klik je op donderdag 4 maart om 13u op volgende link:

Webinar 1: Subklinische pneumonie

“Op voorhand inschrijven is niet nodig. Als je voor het startuur inlogt via de link, kom je in de lobby terecht en zul je toegelaten worden van zodra de webinar start.”

 

Webinar sessie 2: economische gevolgen luchtweginfecties bij kalveren

 

Naast de gekende directe economische schade van luchtweginfecties zoals minder goede groei, kalversterfte,… zijn er ook indirecte schadeposten zoals verhoogde arbeid en medicatiekosten. Maar wist je dat er nog verborgen economische gevolgen zijn?

 

 

Wil je meer weten over de invloed van pneumonie en hoe dit verliesposten veroorzaakt op uw bedrijf? Bekijk dan zeker onze 2de webinar!

Om de webinar te volgen, klik je op vrijdag 5 maart om 13u op volgende link:
Webinar 2: Economische gevolgen van pneumonie

“Op voorhand inschrijven is niet nodig. Als je voor het startuur inlogt via de link, kom je in de lobby terecht en zul je toegelaten worden van zodra de webinar start.”

 

Interesse in het PneumoNEE project? Bekijk dan zeker de rest van onze website voor meer informatie over luchtweginfectie bij kalveren, de meest recente info uit ons onderzoek en wat wij voor uw bedrijf kunnen betekenen!

Of volg ons via Facebook voor recente nieuwtjes:
https://www.facebook.com/PneumoNEE

Echografie van de longen is de meest betrouwbare en economisch haalbare methode om pneumonie vast te stellen op het landbouwbedrijf. Aan de Universiteit Gent werd een snelscan longecho methode ontwikkeld, die betrouwbaar en op snelle wijze (1 à 2 minuten per dier) de diagnose van pneumonie kan stellen.

Deze techniek laat dierenartsen toe om in een beperkte tijd een groot aantal dieren te scannen om zo een beter beeld te krijgen op kalfniveau en gerichter te behandelen. Zo worden alleen die kalveren behandeld die het nodig hebben. Eén van de pijlers van het PneumoNEE project bestaat uit het trainen van dierenartsen in deze methode, zodat zij op hun beurt hun veehouders kunnen helpen richting een betere controle van pneumonie. Hiervoor volgen verschillende dierenartsen een online trainingsmodule met oefeningen, praktische sessies en leggen ze een praktijkexamen af. De dierenartsen worden gecertificeerd bij het succesvol afronden van de trainingsmodule en het praktijkexamen.

Deze winter vinden de echotrainingen plaats en zullen de eerste van in totaal 200 doelbedrijven met hun dierenartsen ervaring opdoen met snelscan longecho. Voor veehouders worden informatievergaderingen over pneumonie, snelscan longecho en antibioticumbehandeling georganiseerd.

Ook dit jaar geeft de decemberpeiling aan dat we in januari de jaarlijkse BRSV piek kunnen verwachten. De BRSV epidemie piekt de laatste jaren steeds ergens tussen december en februari, en loopt uit tot in april. Ondanks het ongewoon warme najaar ligt het aantal bevestigde BRSV uitbraken eind 2020 een stuk hoger dan afgelopen jaar. Of we de piek dit jaar al bereikt hebben of deze pas in januari valt, is koffiedik kijken. Ook midden in de epidemie kan u uw beslag nog beschermen door vaccinatie, door contacten met levende dieren (aankoop) te minimaliseren en de juiste bioveiligheidsmaatregelen te nemen bij bezoekers van uw bedrijf. Diagnostiek blijft cruciaal om te weten wat er aan de hand is en wat er op korte en middellange termijn kan gebeuren.
De meest actuele informatie vindt u hier terug. Een globaal overzicht over de luchtweginfecties in Vlaanderen vindt u terug op Griepbarometer | DGZ.

Wat houdt PneumoNEE juist in? 

PneumoNEE is een 4 jaar durend VLAIO-landbouw traject van DGZ en de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent. Het project zorgt voor de ontwikkeling en toepassing van hulpmiddelen om longontsteking (of pneumonie) bij kalveren op te sporen en gericht te behandelen, op maat van het individuele dier.

 

Hoe zal PneumoNEE dit aanpakken?

“We zijn er ons van bewust dat er vaak voor een groepsbehandeling wordt gekozen, uit angst voor besmetting van gezonde dieren door zieke dieren”, zegt professor Bart Pardon van de Universiteit Gent. “Vandaag beschikken we wel over betrouwbare en praktisch haalbare methodes om de dieren die nood hebben aan antibiotica te detecteren en de overige dieren met een gerust hart onbehandeld te laten”. Volgens Pardon hebben enkel dieren met longontsteking (pneumonie) antibiotica nodig en niet deze met een infectie van de neus of keel (bovenste luchtwegen).

De snelscan longecho is één van deze betrouwbare methodes. Binnen het PneumoNEE project wil de Gentse universiteit een groep dierenartsen trainen in deze snelscan longecho. Daarnaast worden binnen het project hulpmiddelen ontwikkeld die veehouder én dierenarts tijdig alarmeren om actie te ondernemen. Zo weet je beter wanneer het zinvol is om kalveren te onderzoeken en te behandelen op maat van het individu. “Er is vandaag veel mogelijk dankzij technologie, alleen is het nog niet goed geweten welke factoren we best volgen om longontsteking op te sporen en aan te pakken. Met PneumoNEE willen we naar een antwoord  zoeken en tools ontwikkelen die voor elk type bedrijf toegankelijk zijn, gaande van een hulpmiddel op papier tot volledige automatisatie”, zegt Thomas Lowie, één van de enthousiaste jonge onderzoekers op het project.

 

“Dit is een unieke kans”
– Koen de Bleecker –

Koen de Bleecker, dierenarts bij DGZ, noemt dit project een unieke kans om als Vlaamse rundveesector een verschil te maken in zowel economisch rendement, als om te tonen op welke positieve en professionele manier deze sector bijdraagt tot grotere maatschappelijke uitdagingen. Ook informeert het project de veehouder en dierenarts over de belangrijke rol die zij spelen in het onder controle houden van de gevolgen van pneumonie, zowel voor dier als mens.

 

Belang van pneumonie?

Pneumonie (of longontsteking) op jonge leeftijd heeft veel gevolgen op latere prestaties, antibioticagebruik, dierenwelzijn en op de economie van het bedrijf.

Wie zijn wij?

PneumoNEE is een samenwerking tussen een jong dynamisch team van de Faculteit Dierengeneeskunde UGent en DGZ. Het PneumoNEE team wordt gevormd door de recent afgestuurde dierenartsen Stan Jourquin, Thomas Lowie en Florian Debruyne onder begeleiding van Professor Bart Pardon en doctoren Jade Bokma en Glenn Van Steenkiste. Verder kan er gerekend worden op de expertise van dierenartsen Koen de Bleecker, Jozefien Callens en Evelyne Van de Wouwer van DGZ.

PneumoNEE wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid en kan verder rekenen op de financiële steun van volgende sponsoren: